What this choice actually costs you
Vijf keer meer belasting — over hetzelfde bedrag
Eva heeft € 159.357 aan vermogen: precies € 100.000 boven de vrijstelling van € 59.357. Zet ze dat op een spaarrekening, dan rekent de Belastingdienst met 1,28% fictief rendement: € 1.280. Daarover 36% belasting is € 461 per jaar. Stopt ze hetzelfde bedrag in ETF's, dan geldt het forfait van 6,00%: € 6.000 fictief rendement, € 2.160 belasting.
Zelfde geld, zelfde persoon, zelfde peildatum: maar de belegger betaalt € 1.699 per jaar méér, ongeacht of haar portefeuille daadwerkelijk steeg. Dat verschil is geen bijeffect maar de kern van het overbruggingsstelsel: de fiscus schat wat elke vermogenscategorie 'gemiddeld' oplevert en rekent daarmee af.
De valkuil zit bij wie het omdraait en puur op belasting stuurt. € 1.699 belasting besparen door te sparen klinkt slim, tot u ziet wat het aan rendement kost.
Wat er na tien jaar werkelijk op de rekening staat
Volg Eva's € 100.000 tien jaar lang. Op de spaarrekening verdient ze 1,5% rente en betaalt ze jaarlijks ~0,46% belasting: netto ruim 1% groei per jaar. Eindstand: ongeveer € 110.900. In een wereldwijd gespreide ETF-portefeuille met 7% gemiddeld rendement en 2,16% jaarlijkse heffing groeit hetzelfde bedrag naar circa € 160.400.
Het verschil, bijna € 50.000, is precies waarom de lage spaarbelasting een lokkertje is voor de verkeerde beslissing. De heffing op beleggen is hoger, maar het rendement waarover die heffing gaat is zoveel groter dat beleggen na belasting alsnog ruim wint.
En dit rekent nog zonder inflatie. Met 2,5% inflatie verliest de spaarrekening elk jaar zo'n 1,5% échte koopkracht, terwijl de belegger er reëel ruim 2% per jaar op vooruitgaat. De grafiek toont de nominale eindstanden; de reële kloof is nog groter.
De verliesjaren: waar de tegenbewijsregeling het verschil maakt
Het zwakke punt van beleggen in Box 3 was altijd het verliesjaar: portefeuille 10% omlaag én € 2.160 belasting betalen. Sinds de Hoge Raad in juni 2024 het forfaitaire stelsel opnieuw afkeurde, bestaat daarvoor de tegenbewijsregeling: kunt u met jaaroverzichten aantonen dat uw werkelijke rendement (inclusief ongerealiseerde koersverliezen) lager was dan het forfait, dan betaalt u alleen over dat werkelijke rendement: bij verlies dus € 0.
Let op de administratieve kant: de bewijslast ligt bij u. Bewaar jaaroverzichten van uw broker en dien het formulier 'opgaaf werkelijk rendement' in. Wie dat nalaat, betaalt gewoon het volle forfait, ook in een crashjaar.
Twee praktische regels tot het nieuwe stelsel in 2028 ingaat: check elk voorjaar of uw echte rendement onder het forfait lag (zo ja: tegenbewijs indienen), en probeer geen peildatumtrucs: wie beleggingen rond 1 januari kort omzet naar spaargeld en binnen drie maanden terugkoopt, wordt door de arbitragebepaling alsnog als belegger aangeslagen.
Twee legale routes om de heffing verder te drukken
Groene beleggingen eerst. Kapitaal in door de overheid erkende groenfondsen krijgt in 2026 een extra Box 3-vrijstelling van € 26.715 per persoon (€ 53.430 met fiscaal partner), plus een extra heffingskorting van 0,7% over het vrijgestelde bedrag in Box 1. Voor wie toch al breed belegt, is dit de goedkoopste manier om een deel van de portefeuille uit het 6%-forfait te tillen.
Route twee is de lijfrente. Vermogen op een geblokkeerde lijfrenterekening valt in Box 1, niet in Box 3: nul vermogensrendementsheffing tijdens de hele opbouwfase, en de inleg is binnen uw jaarruimte ook nog aftrekbaar. De prijs: het geld zit vast tot de pensioenleeftijd. Voor pensioenvermogen is dat geen nadeel maar de bedoeling.
Spreid tot slot uw spaargeld over banken: het depositogarantiestelsel dekt € 100.000 per bank, per persoon. Wie € 250.000 op één rekening parkeert, loopt een gratis te vermijden risico dat niets met Box 3 te maken heeft: maar wél met vermogensbehoud.